Lixiana
Lixiana (edoxaban): factor Xa-remmer 1x daags
Lixiana (edoxaban) is een directe factor Xa-remmer (DOAC) die wordt gebruikt voor de preventie en behandeling van veneuze trombo-embolie (VTE) en voor de preventie van beroertes en systemische embolie bij niet-valvulair atriumfibrilleren.
Het CBG heeft Lixiana geregistreerd voor behandeling van diep veneuze trombose (DVT), longembolie (LE), secundaire VTE-preventie en beroertepreventie bij atriumfibrilleren zonder klepafwijking.
Wilt u Lixiana kopen zonder recept?
Via Prescriptsy kunt u Lixiana bestellen met een online consult. Onze erkende partnerapotheken leveren originele medicijnen met discrete verzending.
Lixiana on Prescriptsy
Lixiana wordt op Prescriptsy beschreven als onafhankelijke productinformatie.
U leest hier hoe online consultatie werkt, welke medische controles partnerklinieken uitvoeren en welke factoren u kunt vergelijken voordat u een aanbieder kiest.
Wij verkopen zelf geen medicatie, maar helpen u erkende zorgpartners te vergelijken op prijs, leveringssnelheid, service en betrouwbaarheid.
Lixiana is de merknaam van edoxaban, een directe factor Xa-remmer die behoort tot de klasse van directe orale anticoagulantia (DOAC's).
Het wordt gebruikt voor de behandeling en preventie van trombotische aandoeningen, met name bij niet-valvulair atriumfibrilleren ter preventie van beroerte en bij veneuze trombo-embolie (diep veneuze trombose en longembolie).
In Nederland is Lixiana door het CBG geregistreerd en wordt het op brede schaal ingezet als alternatief voor vitamine K-antagonisten (VKA) zoals acenocoumarol en warfarine.
Prescriptsy werkt samen met CBG-geregistreerde artsen die online consulten uitvoeren voor anticoagulantia en cardiovasculair risicomanagement. Meer informatie over andere DOAC's vindt u op onze pagina over Eliquis (apixaban) en Xarelto (rivaroxaban).
Werkzame stof en farmacologische classificatie van Lixiana
Edoxaban (als tosilaatmonohydraat) is een selectieve, directe en reversibele remmer van factor Xa. Het valt in de ATC-groep B01AF03 (directe factor Xa-remmers).
Edoxaban is ontwikkeld door Daiichi Sankyo en door de EMA geregistreerd in 2015. Het is beschikbaar als filmomhulde tabletten van 15 mg, 30 mg en 60 mg.
In de klasse van DOAC's die in Nederland beschikbaar zijn, zijn vier middelen geregistreerd voor beroertepreventie bij atriumfibrilleren en VTE-behandeling: dabigatran (Pradaxa, directe thrombineremmer), rivaroxaban (Xarelto, factor Xa-remmer), apixaban (Eliquis, factor Xa-remmer) en edoxaban (Lixiana, factor Xa-remmer).
Edoxaban is het enige DOAC met een eenmaal-daagse dosering voor zowel AF als VTE, na een initieel periode van parenterale anticoagulantia bij VTE.
De biologische beschikbaarheid van edoxaban na orale inname bedraagt circa 62 procent. De plasma-halfwaardetijd is 10-14 uur, wat de eenmaal-daagse dosering rechtvaardigt.
Edoxaban wordt voor 50 procent via de nieren uitgescheiden (onveranderd en als actieve metaboliet M4), wat de noodzaak van dosisaanpassing bij nierfunctiestoornissen verklaart.
Werkingsmechanisme van edoxaban en de stollingscascade
De bloedstollingscascade bestaat uit een extrinsieke en intrinsieke route die samenkomen in de gemeenschappelijke eindweg.
In de gemeenschappelijke eindweg wordt protrombinaasecomplex gevormd (bestaande uit factor Xa, factor Va, calciumionen en fosfolipiden op het trombocytenoppervlak). Dit complex zet protrombine om in trombine.
Trombine is het centrale enzym van de stollingscascade: het klieft fibrinogeen naar fibrine en activeert ook factor XIII (fibrinepolymerisatie en -crosslinking), en versterkt de eigen activering via positieve terugkoppeling.
Edoxaban bindt reversibel en selectief aan het actieve zinkcentrum van factor Xa en blokkeert daarmee de binding van het substraat protrombine.
Door remming van factor Xa wordt zowel de extrinsieke als de intrinsieke route van de bloedstolling geremd, wat leidt tot een verminderde trombinevorming en een verlengde stollingtijd.
De anti-Xa-activiteit van edoxaban is meetbaar via specifieke anti-Xa-tests, al is routinematige monitoring niet vereist.
Het farmacodynamische effect van edoxaban is voorspelbaar en correleert lineair met de plasmaconcentratie.
Dit maakt routinematige laboratoriummonitoring (zoals INR bij VKA) overbodig, wat een praktisch voordeel is voor patienten en zorgverleners.
Echter, in spoedsituaties (zoals ernstige bloeding) is het ontbreken van een eenvoudig beschikbare point-of-care test een nadeel.
In vergelijking met heparine en LMWH werkt edoxaban oraal, zonder injectie.
In vergelijking met VKA heeft edoxaban een snellere werking (maximale anti-Xa-activiteit na 1-2 uur), een voorspelbaarder farmacokinetisch profiel, minder voedsel-geneesmiddeleninteracties, en geen noodzaak voor INR-monitoring.
In de ENGAGE AF-TIMI 48 studie was edoxaban 60 mg noninferior aan warfarine voor de preventie van beroerte bij AF, met significant minder majeure bloedingen en minder intracraniële bloedingen.
Indicaties voor Lixiana in Nederland
In de Nederlandse klinische praktijk wordt Lixiana ingezet voor twee hoofdindicaties: atriumfibrilleren en veneuze trombo-embolie. De NHG-standaard Boezemfibrilleren (AF) en de CBO/NIV-richtlijn voor VTE-behandeling definiëren de indicaties en de keuze voor DOAC versus VKA.
Niet-valvulair atriumfibrilleren (NVAF): atriumfibrilleren is de meest voorkomende hartritmestoornis in Nederland, met een prevalentie van circa 2 procent in de algemene bevolking en stijgend met de leeftijd (bij 80-plussers treft het 10-15 procent).
AF verhoogt het risico op beroerte met een factor 5 door vorming van trombi in het linker hartoor.
Anticoagulantie is aangewezen bij een CHA2DS2-VASc-score van 2 of meer bij mannen en 3 of meer bij vrouwen.
De NHG-standaard adviseert DOAC's als eerstekeus boven VKA bij niet-valvulair AF, vanwege het gunstiger risico-batenprofiel voor intracraniële bloedingen en de betere gebruiksgemak.
Veneuze trombo-embolie, behandeling: DVT en longembolie zijn frequent voorkomende en potentieel levensbedreigende aandoeningen. In Nederland zijn DVT en longembolie samen verantwoordelijk voor circa 12.000 opnames per jaar.
Lixiana wordt na een initieel parenterale anticoagulansperiode (5-10 dagen LMWH of UFH) gestart voor de behandeling van acute DVT en LE.
De behandelduur is minimaal 3 maanden; bij aanwezigheid van blijvende risicofactoren (actieve maligniteit, trombofilie, herhaald VTE) is langdurige behandeling aangewezen.
Preventie van recidief VTE: na voltooiing van de acute behandelfase dient het risico op recidief VTE te worden beoordeeld.
Bij ongeprovoceerde (idiopathische) VTE is het recidiefrisico zonder anticoagulantie circa 10 procent per jaar in de eerste vijf jaar.
Bij voortgezette behandeling met edoxaban is dit risico significant lager, maar dient het bloedingsrisico mee te worden gewogen in de beslissing over behandelduur.
Lixiana in de praktijk, overgang van VKA naar DOAC
In Nederland zijn er nog veel patienten die acenocoumarol (Sintrom Mitis) gebruiken voor AF of VTE-preventie.
De overgang van VKA naar een DOAC is een belangrijke klinische stap die correct uitgevoerd dient te worden.
Bij overgang van VKA naar Lixiana voor AF: stop de VKA en start edoxaban zodra de INR =< 2,5.
Geen overlapping nodig; edoxaban heeft een snelle werkingsonset (binnen 1-2 uur). Bij hogere INR-waarden (2,5-3,0) dient edoxaban te worden uitgesteld tot de INR is gedaald.
De meeste trombosediensten en huisartsenpraktijken in Nederland hebben protocollen voor de overschakeling van VKA naar DOAC.
Patienten dienen te worden geïnformeerd over het verschil in monitoring: geen INR-controles meer nodig, maar wel jaarlijkse nierfunctiecontrole, bewaking van bijwerkingen (bloedingen) en strikte therapietrouw (vergeten doses zijn klinisch relevanter dan bij VKA vanwege de kortere halfwaardetijd).
Therapietrouw is bij DOAC's van kritisch belang, met name bij atriumfibrilleren: het missen van een enkele dosis edoxaban leidt al na 12-24 uur tot afname van de anti-Xa-activiteit, en het hervatten van de normale dosering duurt 1-2 uur.
Dit staat in contrast met de langere halfwaardetijd van VKA (acenocoumarol: halfwaardetijd circa 8 uur).
Patienten dienen uitvoerig te worden geïnstrueerd over het belang van dagelijks gebruik op hetzelfde tijdstip.
Geneesmiddeleninteracties van Lixiana
Edoxaban is een substraat van P-glycoproteine (P-gp) maar wordt minimaal gemetaboliseerd door CYP-enzymen, waardoor er minder CYP-gerelateerde interacties zijn dan bij VKA. De klinisch relevante interacties zijn P-gp-gerelateerd.
P-gp-remmers verhogen de blootstelling aan edoxaban en verhogen daarmee het bloedingsrisico. Sterke P-gp-remmers die doseringsreductie naar 30 mg vereisen zijn: ciclosporine, dronedaron, erytromycine en ketoconazol.
Bij gebruik van deze middelen dient de edoxabandosis naar 30 mg per dag te worden verlaagd.
P-gp-inductoren (rifampicine, carbamazepine, fenytoïne, sint-janskruid) verlagen de edoxabanblootstelling significant, wat kan leiden tot onvoldoende anticoagulantie en verhoogd tromboserisico; de combinatie met Lixiana dient te worden vermeden.
Gelijktijdig gebruik van andere anticoagulantia (heparine, LMWH, VKA, andere DOAC's) is gecontraïndiceerd tenzij er een gerichte reden is voor tijdelijke overlap (bijv. bij overgang van therapie).
Plaatjesaggregatieremmers (aspirine, clopidogrel, prasugrel) verhogen het bloedingsrisico bij combinatie met edoxaban. NSAIDs verhogen het gastro-intestinale bloedingsrisico aanzienlijk bij combinatie met anticoagulantia.
Vergoeding en beschikbaarheid van Lixiana in Nederland
Lixiana is opgenomen in het GVS van de Zorgverzekeringswet en wordt vergoed vanuit de basisverzekering voor de geregistreerde indicaties (AF, DVT, LE), subject aan het eigen risico (€385 per jaar in 2024).
Het preferentiebeleid van zorgverzekeraars kan variëren per verzekeraar; sommige verzekeraars hanteren een voorkeursgeneesmiddel onder de DOAC's.
De apotheker kan informatie geven over de vergoedingsstatus en het preferentiebeleid van de betreffende zorgverzekeraar.
Via Prescriptsy kunnen patienten met atriumfibrilleren of veneuze trombo-embolie een online consult aanvragen bij een CBG-geregistreerde arts voor evaluatie en advies over anticoagulantia.
Na online evaluatie kan bij een passende indicatie een recept worden verstrekt.
Voor informatie over trombosepreventie en het nationale thrombose-informatiesysteem verwijzen wij naar thuisarts.nl en de richtlijnen van de Nederlandse Internisten Vereniging.
Perioperatief management van Lixiana
Perioperatief beleid bij patienten die Lixiana gebruiken is een frequente klinische uitdaging.
Het risico op bloeding tijdens en na de ingreep dient te worden afgewogen tegen het tromboserisico bij tijdelijk staken van de anticoagulantie.
De meeste electieve ingrepen vereisen tijdelijk staken van edoxaban.
Het NHG-KNMP protocol voor perioperatief DOAC-beleid adviseert het volgende bij Lixiana: voor een ingreep met laag bloedingsrisico (tandartsbehandeling, cataractoperatie, kleine huidingreep): Lixiana stoppen op de avond voor de ingreep (circa 12 uur interval) is voldoende.
Ingreep uitvoeren en Lixiana dezelfde avond of de volgende ochtend hervatten.
Voor een ingreep met normaal bloedingsrisico (laparoscopie, appendectomie, proctologisch, orthopedie kleine ingreep): Lixiana 24-48 uur voor de ingreep stoppen afhankelijk van nierfunctie.
Hervatten 24-48 uur postoperatief als adequate hemostase is bereikt. Voor een ingreep met hoog bloedingsrisico (coronaire bypass, neurochirurgie, grote abdominale ingreep): Lixiana 48-72 uur voor de ingreep stoppen.
Hervatten na bevestiging van adequate hemostase, minimaal 48-72 uur postoperatief.
Bij hoog tromboserisico (kunsthartklep, recente trombose minder dan 3 maanden) is bruggingsanticoagulatie met LMWH te overwegen; overleg met cardioloog of hematologisch consulent is aangewezen.
Lixiana en nierfunctie: een dynamisch verband
De nierfunctie is de meest kritische variabele in het doseringsbeleid van edoxaban.
Omdat edoxaban voor 50 procent renaal wordt uitgescheiden, leidt verminderde nierfunctie tot hogere plasmaspiegel en verlengde halfwaardetijd, wat het bloedingsrisico verhoogt.
De eGFR dient niet alleen bij aanvang van de behandeling te worden bepaald, maar ook bij intercurrente ziekte die de nierfunctie kan beïnvloeden (ernstige infectie, dehydratie, gebruik van nephrotoxische middelen).
In de klinische praktijk is het van belang te beseffen dat nierfunctie bij ouderen kan schommelen.
Een patient die op basis van een stabiele eGFR van 55 ml/min wordt behandeld met edoxaban 60 mg, kan bij een episode van gastroenteritis met dehydratie tijdelijk een eGFR van 30 ml/min hebben, met als gevolg een tijdelijk verhoogde edoxabanblootstelling en bloedingsrisico.
Dit pleit voor bewustzijn bij patienten over het belang van adequate hydratie en het contact opnemen met de arts bij intercurrente ziekte.
Geen recept van uw huisarts?
Voor stabiel ingestelde gebruikers kan een online consult bij een EU-arts een efficiënte route bieden voor herhaalrecepten. Lees hoe online consult werkt voor Lixiana.
Bij patienten met een eGFR boven 95 ml/min, een groep die in de dagelijkse praktijk weinig aandacht krijgt, zijn er uit de ENGAGE AF-studie aanwijzingen dat edoxaban 60 mg minder effectief is dan warfarine voor de preventie van beroerte bij atriumfibrilleren. Dit paradoxale fenomeen wordt verklaard door de toegenomen renale klaring van edoxaban bij hyperfilterende nieren, waardoor de systemische blootstelling lager is dan beoogd. Bij patienten met AF en een eGFR boven 95 ml/min dient dit mee te worden gewogen in de keuze voor anticoagulans; alternatieve DOAC's (apixaban, rivaroxaban) of VKA kunnen in dit geval te overwegen zijn.
Eliquis Eliquis (apixaban) is een directe factor Xa-remmer (DOAC: Direct Oral Anticoagulant) geregistreerd door het CBG voor preventie van VTE na heup- of knievervangingsoperatie Xarelto Xarelto bevat rivaroxaban, een directe orale factor Xa-remmer (DOAC) voor de preventie en behandeling van veneuze trombo-embolie (VTE) en beroertepreventie bij niet-valvuVergelijk vergelijkbare medicijnen
Behandelcategorieën
Vergelijk ook deze medicijnen
Verder verkennen