Omnic

Omnic (tamsulosine): alfa-1A-blokker

Omnic bevat tamsulosine 0,4 mg OCAS (oral controlled absorption system) en is een selectieve alfa-1A-adrenoceptorblokker voor de symptomatische behandeling van benigne prostaathyperplasie (BPH).

Het ontspant de gladde spieren in de prostaat en de blaashals, waardoor de urineflow verbetert en blaasuitgangssymptomen verminderen.

Omnic OCAS zorgt voor een stabiele en verlengde afgifte.

Wilt u Omnic kopen zonder recept?

Via Prescriptsy kunt u Omnic bestellen met een online consult. Onze erkende partnerapotheken leveren originele medicijnen met discrete verzending.

Omnic on Prescriptsy

Omnic wordt op Prescriptsy beschreven als onafhankelijke productinformatie.

U leest hier hoe online consultatie werkt, welke medische controles partnerklinieken uitvoeren en welke factoren u kunt vergelijken voordat u een aanbieder kiest.

Wij verkopen zelf geen medicatie, maar helpen u erkende zorgpartners te vergelijken op prijs, leveringssnelheid, service en betrouwbaarheid.

Omnic is een geneesmiddel dat tamsulosine 0,4 mg bevat in een gecontroleerd afgiftesysteem (OCAS, oral controlled absorption system).

Tamsulosine is een selectieve alfa-1A-adrenoceptorblokker die de gladde spieren in de prostaat en blaashals ontspant, waardoor de urineflow verbetert en de typische klachten van benigne prostaathyperplasie (BPH) verminderen.

Omnic OCAS zorgt voor een stabiele plasmaspiegelconcentratie gedurende 24 uur, wat bijdraagt aan een consistent therapeutisch effect en goede tolerantie.

Prescriptsy biedt toegang tot online medische consulten voor mannen met plasproblemen. Meer informatie over BPH en plasklachten bij mannen vindt u op Thuisarts.nl en de NHG-standaard Mictieklachten bij mannen.

Werkzame stof en farmacologische classificatie van Omnic

Omnic OCAS bevat tamsulosine hydrochloride 0,4 mg per tablet, geformuleerd in een OCAS-afgifte matrix (oral controlled absorption system).

Tamsulosine is een derivaat van fenethylamine en behoort tot de klasse van alfaadrenoceptorblokkers (ATC-code: G04CA02).

De uroselektiviteit voor alfa-1A-receptoren onderscheidt tamsulosine van de eerste generatie niet-selectieve alfa-blokkers (doxazosine, terazosine, alfuzosine), die zowel vasculaire alfa-1B-receptoren als prostaatreceptoren blokkeren en daardoor vaker orthostatische hypotensie veroorzaken.

De alfa-1A-receptorsubtype is verantwoordelijk voor 60 tot 70 procent van de alfa-1-receptoren in de prostaat en blaashals.

Blokkade van deze receptoren leidt tot ontspanning van de gladde spiertonus in de prostaatschors, de capsule van de prostaat en de blaashalsspier, wat de dynamische component van de urethraobstructie vermindert.

Alfa-1B-receptoren in de gladde vaatwand zijn verantwoordelijk voor de vasoconstrictie; de lagere affiniteit van tamsulosine voor alfa-1B-receptoren resulteert in minder bloeddrukverlagend effect en daarmee betere cardiovasculaire tolerantie.

Het OCAS-afgifte systeem gebruikt een hydrofiele matrix die het tablet omhult en zorgt voor een constante, gecontroleerde afgifte van tamsulosine onafhankelijk van de gastro-intestinale pH, peristaltiek of voedselinname.

Dit resulteert in stabiele, pulsloze plasmaspiegels gedurende 24 uur en minimaliseert de piekconcentraties die verantwoordelijk zijn voor de meeste alfa-blokker-gerelateerde bijwerkingen.

Benigne prostaathyperplasie: pathofysiologie en klachtenpatroon

Benigne prostaathyperplasie (BPH) is de meest voorkomende goedaardige tumor bij mannen en is universeel aanwezig bij mannen boven de 80 jaar (meer dan 90 procent histologische BPH).

De prevalentie neemt sterk toe met de leeftijd: 20 procent van de mannen van 41-50 jaar heeft histologische BPH, oplopend tot 70 procent bij mannen van 61-70 jaar en meer dan 90 procent boven de 80 jaar.

Klinisch relevante symptomen treden op bij een minderheid: 25 tot 30 procent van de mannen boven de 50 jaar heeft matige tot ernstige lagere urinewegssymptomen (LUTS).

De pathofysiologie van BPH omvat twee componenten. De statische component betreft de vergroting van de prostaat zelf, die mechanische compressie van de urethra veroorzaakt.

De dynamische component betreft de verhoogde sympathische tonus (alfa-adrenerg) in de prostaatstroma en blaashals, die de functionele obstructie veroorzaakt onafhankelijk van de grootte van de prostaat.

Alfa-blokkers als tamsulosine behandelen uitsluitend de dynamische component; 5-alfa-reductaseremmers (finasteride, dutasteride) reduceren de statische component door vermindering van het prostaatvolume.

LUTS bij BPH worden ingedeeld als obstructieve (of voiding) symptomen: zwakke urinestraal, aarzelen, nadruppelen, gevoel van onvolledige blaaslediging, persrisico; en als irritatieve (of storage) symptomen: frequentie, urgentie, urge-incontinentie, nycturie.

De International Prostate Symptom Score (IPSS) is een gevalideerde vragenlijst met 7 vragen (scorebereik 0-35) die de ernst van LUTS kwantificeert: 0-7 mild, 8-19 matig, 20-35 ernstig.

NHG-aanbevelingen voor LUTS-behandeling bij mannen in Nederland

De NHG-standaard Mictieklachten bij mannen adviseert een stapsgewijze aanpak. Bij milde LUTS (IPSS 0-7) volstaan leefstijladviezen (vochtinname aanpassen, cafeïne en alcohol beperken, bekkenbodemspieren oefenen, dubbele mictie).

Bij matige tot ernstige LUTS (IPSS 8 of hoger) met voldoende hinder en behandelwens zijn alfaadrenoceptorblokkers (tamsulosine, alfuzosine) de eerstekeuze farmacotherapeutische optie.

Tamsulosine wordt als het meest uroselektieve van de beschikbare alfablokkers beschouwd en heeft daardoor het gunstigste profiel wat betreft orthostatische hypotensie.

Het symptomatisch effect van tamsulosine treedt snel op: verbetering van de IPSS wordt typisch binnen 1 tot 2 weken gezien.

Na 3 maanden behandeling wordt het maximale effect bereikt.

Tamsulosine verbetert de urineflow (Qmax) gemiddeld met 1 tot 2 ml/s en verlaagt de IPSS met 30 tot 40 procent ten opzichte van de uitgangswaarde.

Bij matige tot ernstige BPH met een prostaatvolume boven 30 ml of een PSA-waarde boven 1,5 ng/ml (indicator voor verhoogd risico op prostaatgroei en retentie) kan combinatietherapie worden overwogen: tamsulosine gecombineerd met een 5-alfa-reductaseremmer (finasteride of dutasteride).

De MTOPS- en CombAT-studies toonden aan dat combinatietherapie superieur is aan monotherapie met beide middelen voor het verminderen van LUTS-progressie en het voorkomen van acute urineretentie of chirurgisch ingrijpen bij mannen met matig tot ernstig vergroot prostaat.

Vergelijking van alfablokkers beschikbaar in Nederland

In Nederland zijn meerdere alfablokkers beschikbaar voor de behandeling van LUTS bij BPH: tamsulosine (Omnic OCAS, Mecir OCAS, diverse generieke), alfuzosine (Xatral), doxazosine (Cardura) en terazosine (Hytrin).

Doxazosine en terazosine zijn niet-uroselektieve alfablokkers die zowel voor BPH-behandeling als voor hypertensie worden gebruikt; ze zijn geassocieerd met een hoger risico op orthostatische hypotensie.

Alfuzosine is gedeeltelijk uroselektief en heeft een vergelijkbaar werkzaamheidsprofiel als tamsulosine.

Tamsulosine OCAS heeft het voordeel van een stabielere plasmaspiegelcurve vergeleken met andere tamsulosine-formuleringen, wat resulteert in een lager percentage bijwerkingen gerelateerd aan piekspiegels.

Het IPSS-verbetering en Qmax-verbetering zijn vergelijkbaar tussen de beschikbare alfablokkers.

De keuze is in de praktijk vaak gebaseerd op bijwerkingenprofiel (bij patienten met hypertensie kan een dubbelwerkende alfablokker als doxazosine een voordeel hebben), kosten en lokale beschikbaarheid van generieke preparaten.

Intraoperatief floppig irissyndroom: een bijzondere aandacht voor Omnic-gebruik

Het intraoperatief floppig irissyndroom (intraoperative floppy iris syndrome, IFIS) is een complicatie die optreedt bij cataractoperaties bij mannen die tamsulosine gebruiken of in het verleden hebben gebruikt.

IFIS werd voor het eerst beschreven in 2005 door Chang en Campbell en is sindsdien een erkend risico bij alle alfa-1A-selectieve adrenoceptorblokkers.

IFIS kenmerkt zich door een karakteristieke triade tijdens cataractchirurgie: (1) een floddend, slap irisbewegingspatroon dat de operatie bemoeilijkt; (2) neiging tot irisinsuflatie via de phacoincisies; (3) progressieve peroperatieve miosis ondanks adequate pupildilatatie preoperatief.

Deze kenmerken bemoeilijken de operatieve toegang tot de lens, verhogen het risico op irisbeschadiging, ruptuur van het achterste kapsel en postoperatieve complicaties.

Het mechanisme van IFIS is de permanente functionele verandering van de irisspieren door langdurige alfa-1A-blokkade: de irisdilatatorspiegel reageert minder effectief op adrenerge stimulatie.

Dit effect persisteert zelfs na staken van tamsulosine, wat impliceert dat preoperatief staken van tamsulosine het IFIS-risico slechts beperkt reduceert.

De meest effectieve preventie is preoperatieve informatie aan de oogchirurg zodat aanvullende maatregelen kunnen worden genomen (intracamerale fenylefrine, gebruik van pupilexpanders, aanpassing van de operatietechniek).

Geneesmiddeleninteracties van Omnic

De meest klinisch relevante interacties van tamsulosine betreffen combinaties die leiden tot additionele bloeddrukdaling.

Antihypertensiva (met name calciumantagonisten, ACE-remmers, ARB's, bètablokkers) verhogen het risico op orthostatische hypotensie bij combinatie met tamsulosine. Diuretica versterken dit effect bij hypovolemie.

PDE-5-remmers (sildenafil/Viagra, tadalafil/Cialis, vardenafil/Levitra) leiden bij combinatie met alfa-blokkers tot additionele bloeddrukdaling; de combinatie is in klinische studies bij BPH-patienten over het algemeen goed verdragen maar vereist voorzichtigheid bij gebruik als erectiemiddel op hogere doses.

Tamsulosine wordt gemetaboliseerd via CYP3A4 en CYP2D6.

Sterke remmers van CYP3A4 (ketoconazol, itraconazol, clarithromycine, ritonavir) verhogen de tamsulosinebloedspiegel significant; combinatie met tamsulosine bij patienten die sterke CYP3A4- en CYP2D6-remmers gelijktijdig gebruiken is gecontraïndiceerd vanwege risico op sterk verhoogde plasmaspiegel.

Cimetidine verlaagt de klaring van tamsulosine en verhoogt de plasmaspiegel; voorzichtigheid is geboden.

Combinatietherapie bij gevorderde BPH

Bij mannen met matig tot ernstige BPH en een vergrote prostaat (volume boven 30 ml of PSA boven 1,5 ng/ml) die ondanks alfablokkerbehandeling onvoldoende verbetering van symptomen of mictieflow ervaren, kan combinatietherapie met een 5-alfa-reductaseremmer worden overwogen.

Finasteride (Proscar) en dutasteride (Avodart) remmen het enzym 5-alfa-reductase dat testosteron omzet in het krachtigere dihydrotestosteron (DHT), de voornaamste groeistimulus voor het prostaatepitheel.

Na 3 tot 6 maanden behandeling treedt prostaatvolumereductie op van 15 tot 25 procent, wat de statische obstructiecomponent reduceert.

De vaste combinatie dutasteride/tamsulosine (Duodart) is beschikbaar als gemaksformulering voor mannen die combinatietherapie nodig hebben.

Combinatietherapie is in de CombAT-studie aangetoond superieur te zijn aan monotherapie met elk van de componenten voor het voorkomen van klinische progressie (acute urineretentie, BPH-gerelateerde chirurgie) bij mannen met matige tot ernstige LUTS en verhoogd prostaatvolume.

Vergoeding en toegankelijkheid in Nederland

Omnic OCAS en generieke tamsulosine-preparaten zijn opgenomen in het vergoedingssysteem van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en worden vergoed bij de geregistreerde indicatie (symptomatische BPH).

De huisarts schrijft het middel doorgaans voor na beoordeling van de symptomen (IPSS-score) en uitsluiting van andere oorzaken van LUTS (prostaatcarcinoom, overactieve blaas, urineweginfecties).

Bij ernstige LUTS, twijfel over de diagnose of onvoldoende respons op alfablokkerbehandeling verwijst de huisarts naar de uroloog.

Bij de apotheek wordt de patient geïnformeerd over het belang van dagelijkse inname na de maaltijd, het risico van orthostatische hypotensie bij het opstaan, de verwachte bijwerking van retrograde ejaculatie en de noodzaak om oogartsen te informeren over het gebruik van tamsulosine bij geplande oogoperaties. Het eigen risico (385 euro per jaar in 2024) is van toepassing.

Vergelijking met andere alfa-1-blokkers en 5-alfa-reductaseremmers

Tamsulosine, alfuzosine, doxazosine en terazosine zijn de in Nederland beschikbare alfa-1-blokkers voor de behandeling van BPH. Tamsulosine onderscheidt zich door zijn relatieve uroselectiviteit voor de alfa-1A- en alfa-1D-receptoren die overwegend in de prostaat en blaashals voorkomen, met minder affiniteit voor de alfa-1B-receptoren in het vaatbed. Hierdoor is het risico op orthostatische hypotensie bij tamsulosine lager dan bij de niet-selectieve alfa-1-blokkers doxazosine en terazosine. Bij patiënten met gelijktijdige hypertensie kan doxazosine een dubbel voordeel bieden door zowel BPH-klachten als bloeddruk te verlagen. Bij oudere patiënten met valangst of antihypertensiva-gebruik heeft tamsulosine de voorkeur. De 5-alfa-reductaseremmers finasteride en dutasteride werken anders: zij verkleinen het prostaatvolume door omzetting van testosteron naar dihydrotestosteron te remmen. Het effect treedt pas na drie tot zes maanden op en zij verlagen ook de PSA-waarde met circa 50 procent. Bij prostaten groter dan 40 ml en verhoogd risico op progressie of urineretentie adviseert de NHG combinatietherapie met tamsulosine en een 5-alfa-reductaseremmer.

Peri-operatief beleid bij staaroperatie

Het Intraoperative Floppy Iris Syndrome (IFIS) is een goed gedocumenteerde complicatie bij patiënten die tamsulosine gebruiken en een staaroperatie (cataractoperatie) ondergaan.

IFIS wordt gekenmerkt door een slappe, golvende iris, progressieve miose intraoperatief en iris-prolaps, waardoor de operatie technisch complex wordt.

Het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap en de NHG adviseren patiënten die een staaroperatie plannen, de oogarts voor de operatie te informeren over tamsulosine-gebruik, zelfs als het middel reeds maanden of jaren geleden is gestaakt.

Staken van tamsulosine voor de operatie voorkomt IFIS niet volledig omdat het effect op de iris blijvend lijkt te zijn.

De oogarts kan met aangepaste operatietechnieken (pupilexpanders, viscoelastica, intracamerale fenylefrine) het risico op complicaties minimaliseren.

Vergelijk vergelijkbare medicijnen

Androgel Androgel 1% gel bevat testosteron en wordt gebruikt bij volwassen mannen met hypogonadisme: een aandoening waarbij de testikels onvoldoende testosteron aanmaken.

Het gel Avodart Avodart (dutasteride 0,5 mg) is een 5-alfa-reductaseremmer die beide enzymisovormen blokkeert en daardoor de DHT-productie met circa 90 procent verlaagt.

Het wordt voorge Dutasteride Dutasteride is een dubbele 5-alfa-reductaseremmer (type 1 en type 2) die in Nederland als generiek geneesmiddel beschikbaar is voor de behandeling van benigne prostaathyp Finasteride Finasteride 5 mg (merknaam Proscar, en als generiek verkrijgbaar) is een 5-alfa-reductaseremmer geregistreerd door het CBG voor de behandeling van benigne prostaathyperpl Finasteride 1mg Finasteride 1 mg (merknaam Propecia, en als generiek verkrijgbaar) is een 5-alfa-reductaseremmer type II geregistreerd door het CBG voor de behandeling van androgenetisch Proscar Proscar is de merknaam van finasteride 5 mg, een selectieve type II 5-alfa-reductaseremmer die wordt gebruikt bij de behandeling van benigne prostaathyperplasie (BPH) bij Sildenafil Sildenafil is een selectieve remmer van fosfodi-esterase type 5 (PDE5) en is in Nederland de meest voorgeschreven orale behandeling voor erectiestoornissen bij volwassen Solifenacine Solifenacine is een selectieve muscarine-M3-receptorantagonist die wordt gebruikt voor de symptomatische behandeling van overactieve blaas met symptomen van urgentie, ver

Behandelcategorieën

Vergelijk ook deze medicijnen

Verder verkennen