Solifenacine

Solifenacine: anticholinergicum bij OAB

Solifenacine is een selectieve muscarine-M3-receptorantagonist die wordt gebruikt voor de symptomatische behandeling van overactieve blaas met symptomen van urgentie, verhoogde mictiefrequentie en urge-incontinentie bij volwassenen.

In Nederland is solifenacine (als succinaatzout) verkrijgbaar als tabletten van 5 mg en 10 mg, voor eenmaal daagse orale inname. Bekend onder de merknaam Vesicare.

Wilt u Solifenacine kopen zonder recept?

Via Prescriptsy kunt u Solifenacine bestellen met een online consult. Onze erkende partnerapotheken leveren originele medicijnen met discrete verzending.

Solifenacine on Prescriptsy

Solifenacine wordt op Prescriptsy beschreven als onafhankelijke productinformatie.

U leest hier hoe online consultatie werkt, welke medische controles partnerklinieken uitvoeren en welke factoren u kunt vergelijken voordat u een aanbieder kiest.

Wij verkopen zelf geen medicatie, maar helpen u erkende zorgpartners te vergelijken op prijs, leveringssnelheid, service en betrouwbaarheid.

Solifenacine is een selectieve antagonist van muscarine-M3-receptoren die in Nederland door het CBG (College ter Beoordeling van Geneesmiddelen) is geregistreerd voor de symptomatische behandeling van overactieve blaas (overactive bladder, OAB) bij volwassenen.

De indicatie omvat symptomen van urgentie (plotselinge, moeilijk uit te stellen aandrang), verhoogde mictiefrequentie (meer dan 8 keer per dag) en urge-incontinentie (onvrijwillig urineverlies voorafgegaan door aandrang).

Het middel wordt aangeboden als solifenacinesuccinaat in filmomhulde tabletten van 5 mg en 10 mg onder de merknaam Vesicare en als generieke varianten.

In Nederland wordt solifenacine voorgeschreven door huisartsen en urologen volgens de NHG-standaarden Incontinentie voor urine bij vrouwen en Mictieklachten bij mannen, en de NVU-richtlijnen van de Nederlandse Vereniging voor Urologie.

Prescriptsy werkt samen met CBG-geregistreerde artsen die online consulten aanbieden voor urologische aandoeningen en overactieve blaas. Meer informatie over verwante geneesmiddelen vindt u op onze pagina's over andere urologische behandelingen zoals Tamsulosine voor prostaatklachten.

Werkzame stof solifenacine en farmacologische eigenschappen

Solifenacine, chemisch (1S,3'R)-chinuclidin-3'-yl 1-fenyl-3,4-dihydroisoquinoline-2(1H)-carboxylaat succinaat, is een synthetische competitieve antagonist van muscarine-acetylcholinereceptoren. De ATC-code is G04BD08.

Solifenacine vertoont relatief hoge selectiviteit voor de M3-receptorsubtype (de M3-receptor is het primaire subtype dat de contractie van de gladde blaasspier, de detrusor, medieert), met een ongeveer 10-voudige hogere affiniteit voor M3 dan voor M2 en een nog grotere selectiviteit ten opzichte van M1, M4 en M5.

De M3-selectiviteit is klinisch relevant omdat de M2-receptor vooral in het hart (sinusknoop) wordt aangetroffen en blokkade kan leiden tot tachycardie, en M1 en M4 vooral in het centraal zenuwstelsel, waar blokkade cognitieve bijwerkingen veroorzaakt.

Door de relatieve M3-voorkeur biedt solifenacine theoretisch een beter bijwerkingenprofiel ten opzichte van oudere, niet-selectieve antimuscarinica zoals oxybutynine.

In de praktijk zijn anticholinerge bijwerkingen (droge mond, obstipatie, wazig zien) echter nog steeds frequent.

Farmacokinetisch wordt solifenacine na orale inname langzaam geabsorbeerd met een piekplasmaconcentratie na 3-8 uur. De biologische beschikbaarheid bedraagt ongeveer 90 procent en wordt niet beïnvloed door voedsel.

De plasma-eiwitbinding is hoog (98 procent). Solifenacine wordt voornamelijk gemetaboliseerd in de lever door cytochroom P450 3A4 tot verschillende metabolieten, waarvan sommige farmacologisch actief zijn.

De terminale halfwaardetijd is lang, ongeveer 45-68 uur, wat eenmaaldaagse dosering mogelijk maakt en leidt tot steady-state na 10-14 dagen.

Excretie verloopt via de urine (ongeveer 70 procent als metabolieten) en feces (ongeveer 23 procent).

Indicatie: overactieve blaas bij volwassenen

Overactieve blaas is een symptomencomplex dat zich kenmerkt door urgentie, meestal met frequente mictie en nocturie (vaker dan 1 keer 's nachts plassen), met of zonder urge-incontinentie.

De aandoening treft ongeveer 15-20 procent van de volwassenen en de prevalentie stijgt met de leeftijd.

OAB heeft een aanzienlijke impact op de kwaliteit van leven, slaap, sociale activiteiten, werk en psychisch welzijn.

Diagnose en initiële behandeling in Nederland

De NHG-standaard Incontinentie voor urine bij vrouwen beveelt een stapsgewijze aanpak aan.

Initiële evaluatie omvat anamnese (frequentie, urgentie, incontinentie-episoden, nocturie, mictiedagboek gedurende 3 dagen), lichamelijk onderzoek (inclusief urogynaecologisch onderzoek bij vrouwen en rectaal toucher bij mannen) en basis-onderzoek (urine-analyse ter uitsluiting van infectie, bij mannen PSA en residubepaling).

Secundaire oorzaken (infectie, blaasstenen, neurologische aandoeningen, lokale maligniteit) dienen te worden uitgesloten voordat OAB wordt gediagnosticeerd.

Niet-medicamenteuze interventies

Eerste-lijnsbehandeling bestaat uit niet-medicamenteuze interventies: leefstijladviezen (beperking van cafeïne en alcohol, gewichtsreductie bij obesitas, vochtbeleid, rookstop), blaastraining (geleidelijke verlenging van de mictieintervallen) en bekkenbodemfysiotherapie (versterking en bewuste controle van de bekkenbodemspieren).

Deze interventies zijn evidence-based en hebben in de meerderheid van de patienten een matige tot goede werkzaamheid.

Medicamenteuze behandeling komt in beeld bij onvoldoende respons na minimaal 6-8 weken gedragsintervenue.

Farmacotherapie met antimuscarinica

Antimuscarinica zoals solifenacine, darifenacine, tolterodine, fesoterodine en oxybutynine zijn de eerste-lijns medicamenteuze behandeling voor OAB.

Ze verminderen de amplitude van blaascontracties, verhogen de blaascapaciteit en verminderen urgentie en incontinentie.

Klinische studies tonen aan dat solifenacine de mictiefrequentie vermindert met 2-3 mictieepisoden per dag, de urge-incontinentie-episoden vermindert met 50-70 procent en urgentie-episoden vermindert met vergelijkbare percentages ten opzichte van placebo.

Werkzaamheid in klinische studies

De werkzaamheid van solifenacine is aangetoond in meerdere grote gerandomiseerde placebo-gecontroleerde studies, waaronder VENUS, VIBRANT en VESTURE.

Deze studies vergeleken solifenacine 5 mg en 10 mg met placebo en met andere antimuscarinica (tolterodine) bij patienten met OAB.

Solifenacine 5 mg en 10 mg verminderden significant het aantal mictieepisoden per 24 uur (ongeveer 2-3 minder dan baseline), urgentie-episoden (50-60 procent reductie) en incontinentie-episoden (50-70 procent reductie).

De 10 mg dosering was iets effectiever dan 5 mg, maar ging gepaard met meer bijwerkingen, met name droge mond.

Verbeteringen in kwaliteit van leven werden gemeten met specifieke vragenlijsten (KHQ, OAB-q) en waren klinisch relevant.

Dosering en correct gebruik in de Nederlandse praktijk

De standaarddosering is 5 mg eenmaal daags, oraal ingenomen met of zonder voedsel. De tablet dient in zijn geheel met een glas water te worden doorgeslikt.

Bij onvoldoende respons na ten minste 4 weken behandeling kan de dosering worden opgehoogd naar 10 mg eenmaal daags, mits de 5 mg goed wordt verdragen.

De maximaal aanbevolen dosering is 10 mg per dag.

Belangrijke adviezen voor patienten: de werking van solifenacine ontwikkelt zich geleidelijk gedurende de eerste 4-8 weken; geduld en therapietrouw zijn essentieel in deze evaluatieperiode.

Na 4 weken kan de respons worden beoordeeld op basis van vermindering van mictiefrequentie, urgentie en incontinentie-episoden.

Een mictiedagboek tijdens de evaluatieperiode helpt bij objectieve beoordeling van de respons.

Bij onvoldoende respons na 8 weken met de maximale dosering, of bij onverdraagbare bijwerkingen, dient heroverweging van de therapie plaats te vinden.

Alternatieven zijn andere antimuscarinica (die soms beter worden verdragen bij een bepaalde patient), mirabegron (een bèta-3-adrenoceptoragonist zonder anticholinerge effecten, die bij ouderen met cognitief risico een goede alternatief is), combinatietherapie of verwijzing naar een uroloog voor aanvullende opties zoals botuline-injecties in de detrusor of sacrale neuromodulatie.

Contra-indicaties en voorzichtigheid

Solifenacine is gecontraïndiceerd bij: overgevoeligheid voor solifenacine of hulpstoffen; urineretentie; ernstige gastro-intestinale aandoeningen (toxisch megacolon, ernstige colitis ulcerosa); myasthenia gravis; nauwhoekglaucoom; ernstige leverinsufficiëntie (Child-Pugh C); hemodialyse in combinatie met krachtige CYP3A4-remmers.

Voorzichtigheid is geboden bij: blaasuitgangsobstructie met risico op urineretentie (bijvoorbeeld bij prostaathypertrofie); gastro-intestinale obstructieve aandoeningen; verminderde gastro-intestinale motiliteit; hiatus hernia met reflux; autonome neuropathie; ernstige nierinsufficiëntie (eGFR onder 30 ml/min); matige leverinsufficiëntie (Child-Pugh B); bekende QT-verlenging of risicofactoren voor torsades de pointes; oudere patienten met cognitieve stoornissen.

Interacties met andere geneesmiddelen

Solifenacine heeft verschillende klinisch relevante interacties die aandacht vereisen.

CYP3A4-remmers

Solifenacine wordt voornamelijk gemetaboliseerd door CYP3A4. Gelijktijdig gebruik met krachtige CYP3A4-remmers (ketoconazol, itraconazol, ritonavir, cobicistat, claritromycine, telithromycine, voriconazol) verhoogt de systemische blootstelling aan solifenacine aanzienlijk.

Bij combinatie met deze middelen is de maximale dosering beperkt tot 5 mg per dag.

Matige CYP3A4-remmers (fluconazol, erytromycine, diltiazem, verapamil) kunnen eveneens de blootstelling verhogen; voorzichtigheid en eventuele dosisverlaging zijn geïndiceerd.

CYP3A4-inductoren

Krachtige CYP3A4-inductoren (rifampicine, fenytoïne, carbamazepine, fenobarbital, sint-janskruid) verlagen de systemische blootstelling aan solifenacine en kunnen de werkzaamheid verminderen. Bij gelijktijdig gebruik kan ophoging van de dosering worden overwogen, maar gecontroleerde studies ontbreken.

Andere anticholinergica

Gelijktijdig gebruik met andere anticholinergica (tricyclische antidepressiva, sedatieve antihistaminica, antipsychotica, oxybutynine, hyoscine, atropine) verhoogt de anticholinerge belasting en het risico op cumulatieve bijwerkingen (droge mond, obstipatie, urineretentie, cognitieve achteruitgang, delirium).

Dergelijke combinaties dienen zo mogelijk te worden vermeden, met name bij ouderen.

QT-verlengende middelen

Combinatie met andere QT-verlengende middelen (klasse IA en III antiaritmica, macroliden, fluorochinolonen, antipsychotica zoals haloperidol en quetiapine, methadon, domperidon) vereist voorzichtigheid. ECG-monitoring en kalium-correctie bij risicopatienten zijn aanbevolen.

Farmacodynamische interacties met prokinetica

Solifenacine kan de werking van prokinetica (metoclopramide, cisapride) verminderen door antagonisme van de cholinerge stimulering van de gastro-intestinale motiliteit.

Gebruik bij bijzondere patientgroepen

Ouderen: solifenacine kan bij oudere patienten worden gebruikt, maar alertheid voor anticholinerge bijwerkingen (cognitieve achteruitgang, obstipatie, urineretentie, valpartijen) is essentieel.

Bij patienten met cognitieve stoornissen of dementie dient de voordeel-risicoafweging zorgvuldig te worden gemaakt; niet-medicamenteuze interventies of mirabegron kunnen betere opties zijn.

De STOPP/START-criteria beschouwen langdurig gebruik van antimuscarinica bij dementie als potentieel ongeschikt voorschrijven.

Nierinsufficiëntie: bij ernstige nierinsufficiëntie maximaal 5 mg per dag.

Leverinsufficiëntie: bij matige leverinsufficiëntie (Child-Pugh B) maximaal 5 mg per dag. Bij ernstige leverinsufficiëntie (Child-Pugh C) gecontraïndiceerd.

Zwangerschap en borstvoeding: onvoldoende gegevens; gebruik alleen als strikt noodzakelijk. Tijdens borstvoeding wordt gebruik afgeraden.

Kinderen en adolescenten onder 18 jaar: niet aanbevolen vanwege ontbrekende gegevens over werkzaamheid en veiligheid.

Rol binnen de OAB-behandeling in Nederland

Solifenacine is een van de meest voorgeschreven antimuscarinica voor OAB in Nederland, samen met tolterodine, fesoterodine en darifenacine.

In vergelijking met oxybutynine (een oudere, niet-selectieve antimuscarinicum) wordt solifenacine doorgaans beter verdragen, met name wat betreft cognitieve bijwerkingen. Toch blijft droge mond een frequent probleem.

Voor ouderen met verhoogd cognitief risico of voor patienten die anticholinerge bijwerkingen niet verdragen, is mirabegron (Betmiga) een belangrijk alternatief: het is een bèta-3-adrenoceptoragonist die de blaasdetrusor relaxeert tijdens de vulfase zonder anticholinerge effecten.

Bij onvoldoende respons op monotherapie kan combinatietherapie (bijvoorbeeld solifenacine plus mirabegron) worden overwogen, wat in enkele studies een betere respons heeft laten zien dan monotherapie.

Bij ernstige refractaire OAB na falen van orale therapie zijn invasievere opties beschikbaar, waaronder intradetrusor botuline-toxine-injecties, sacrale neuromodulatie en tibialis-posterior-zenuwstimulatie, die via de uroloog worden aangeboden.

Verzekering en vergoeding in Nederland

Solifenacine is in Nederland een receptplichtig geneesmiddel en wordt doorgaans vergoed vanuit de basisverzekering (Zorgverzekeringswet) wanneer voorgeschreven bij OAB volgens de NHG-standaarden.

De vergoeding valt onder het eigen risico (standaard 385 euro per jaar in 2024).

Sommige zorgverzekeraars hanteren een preferentiebeleid voor generieke solifenacine-varianten; de generieke versie is kostenvriendelijker dan het originele merk Vesicare. Raadpleeg uw zorgverzekeraar voor actuele vergoedingsvoorwaarden.

Veelgestelde vragen

Hoe snel werkt solifenacine?

De werking van solifenacine ontwikkelt zich geleidelijk. De eerste verbeteringen kunnen na 1-2 weken merkbaar zijn, maar het volledige effect wordt doorgaans pas na 4-8 weken bereikt.

Geduld en consistente dagelijkse inname zijn essentieel tijdens de evaluatieperiode. Een mictiedagboek helpt bij het objectief volgen van de respons.

Wat kan ik doen tegen de droge mond?

Droge mond is de meest voorkomende bijwerking. Drink regelmatig slokjes water, kauw suikervrije kauwgom (stimuleert speekselproductie), gebruik suikervrije zuigtabletten of speekselsubstituten uit de apotheek.

Goede mondhygiëne (tweemaal daags tandenpoetsen, regelmatige tandartscontroles) voorkomt cariës.

Bij hinderlijke droge mond is dosisverlaging of overstap naar een alternatief (zoals mirabegron) te overwegen; bespreek dit met uw huisarts.

Mag ik alcohol drinken tijdens de behandeling?

Matig alcoholgebruik is geen absolute contra-indicatie, maar alcohol heeft een diuretisch en prikkelend effect op de blaas en kan OAB-symptomen verergeren. Beperking van alcohol is een leefstijladvies bij OAB, onafhankelijk van medicatiegebruik.

Kan ik solifenacine combineren met andere medicatie?

Solifenacine kan met de meeste medicatie worden gecombineerd, maar vereist aandacht bij gelijktijdig gebruik van andere anticholinergica (cumulatieve bijwerkingen), krachtige CYP3A4-remmers (verhoogde blootstelling, maximaal 5 mg per dag) en QT-verlengende middelen.

Overleg altijd met uw huisarts of apotheker over uw volledige medicatieschema.

Wat doe ik als ik een dosis vergeet?

Neem de vergeten dosis in zodra u eraan denkt, tenzij het bijna tijd is voor de volgende dosis. Neem dan alleen de volgende dosis volgens het gebruikelijke schema. Neem nooit een dubbele dosis om een vergeten dosis in te halen.

Bronnen en richtlijnen

Deze informatie is gebaseerd op de officiële Samenvatting van de Productkenmerken (SmPC) zoals goedgekeurd door het CBG (cbg-meb.nl), het Farmacotherapeutisch Kompas (farmacotherapeutischkompas.nl), de NHG-standaarden Incontinentie voor urine bij vrouwen en Mictieklachten bij mannen (nhg.org), de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU), thuisarts.nl en apotheek.nl.

Meldingen van bijwerkingen kunnen worden gedaan bij het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb (lareb.nl). Medicatieadvies en therapie-evaluatie zijn beschikbaar via uw KNMP-apotheker (knmp.nl).

Conclusie en advies voor patienten

Solifenacine is een bewezen effectieve M3-selectieve antimuscarinicum voor de symptomatische behandeling van overactieve blaas bij volwassenen.

De eenmaaldaagse dosering ondersteunt de therapietrouw en de werkzaamheid is aangetoond in brede klinische studies. Anticholinerge bijwerkingen, met name droge mond en obstipatie, zijn frequent maar meestal beheersbaar.

Bij ouderen vereist het voorschrijven zorgvuldige afweging vanwege het risico op cognitieve bijwerkingen; mirabegron is dan een belangrijk alternatief.

Niet-medicamenteuze interventies (blaastraining, bekkenbodemfysiotherapie, leefstijladviezen) blijven de hoeksteen van de OAB-behandeling en dienen gelijktijdig met medicatie te worden voortgezet.

Raadpleeg altijd uw huisarts of KNMP-apotheker voor persoonlijk medicatieadvies en voor evaluatie van alternatieve behandelopties.

Vergelijk vergelijkbare medicijnen

Omnic Omnic bevat tamsulosine 0,4 mg OCAS (oral controlled absorption system) en is een selectieve alfa-1A-adrenoceptorblokker voor de symptomatische behandeling van benigne pr Oxybutynine Oxybutynine is een anticholinergicum (muscarinereceptorantagonist) dat wordt gebruikt bij de behandeling van overactieve blaas, aandrangincontinentie en nocturnale enures Tamsulosine Tamsulosine is een generieke selectieve alfa-1A-adrenoceptorantagonist (alfa-blokker) voor de symptomatische behandeling van benigne prostaathyperplasie (BPH) bij mannen.

Vesicare Vesicare is een selectieve M3-muscarine-receptor-antagonist voor de behandeling van overactieve blaas met urgentie, frequentie en urge-incontinentie bij volwassenen. Soli

Behandelcategorieën

Vergelijk ook deze medicijnen

Verder verkennen